Framing: sluipend gif of toverdrank?

Lisbeth Imbo, de hoofdredacteur van De Morgen, is een persoonlijke kruistocht begonnen tegen framing. In een opmerkelijke column (verschenen in de krant van 3 januari 2015) zet ze het concept weg als een “sluipend gif”. Ze heeft overschot van gelijk om, in navolging van Theo Francken (DM, 31/12/2014), te waarschuwen voor de kracht van framing. Door het concept echter te percipiëren als een gevaarlijk iets, geeft ze meteen het beste wapen tegen een eenzijdige framing uit handen, namelijk… framing. Academici bestuderen framing als een onvermijdelijk mechanisme in het communicatieproces, en waarbij het onvermijdelijke vooral verwijst naar het maken van keuzes, selectie en betekenisconstructie. Heel wat journalisten in Vlaanderen hanteren een ‘enge’ definitie (in de verschillende betekenissen van het woord): het is een kwalijk iets waarbij zaken zo verklaard worden “dat er maar een beperkte lezing van een veel complexere werkelijkheid overblijft”. “De nuance verdwijnt.”

Opmerkelijk is dat het onderzoek naar framing dat aan het Instituut voor Mediastudies plaatsvindt, precies het omgekeerde beoogt. Door gebruik te maken van framing kunnen mensen net een genuanceerder en een meer evenwichtig beeld van de werkelijkheid krijgen. In Vlaanderen werken we bijvoorbeeld met de Koning Boudewijnstichting samen om de communicatie rond onder meer dementie, arbeidsongeschiktheid, ouderen en kinderarmoede te verbeteren. Dit gebeurt uiteraard met de beste bedoelingen. De Innocenti-campagne van De Morgen is bijvoorbeeld ook te bestempelen als een voorbeeld van framing. “Armoede staat niet op je gezicht te lezen”. Zo luidt de slogan, die echter meteen een alternatief perspectief aanbiedt, omdat het verder gaat dan het clichébeeld van de persoon die in armoede leeft. Het frame maakt duidelijk dat iemand in armoede kan leven, zonder dat een buitenstaander het in de gaten heeft, en dat het iedereen kan overkomen. Door één euro te vragen wordt het ten slotte duidelijk dat alle kleine beetjes helpen.

Hoewel het duidelijk is dat het meningsverschil terug te voeren is tot een andere definitie van het begrip, is het vooral jammer vast te stellen dat journalisten niet meteen bereid zijn om veel bewuster om te gaan met de eigen framing. Heel wat journalisten maken de denkfout dat de werkelijkheid één vastliggende betekenis heeft en dat het hun taak is om op objectieve wijze De Waarheid boven tafel te krijgen. Framing staat die nobele taak blijkbaar in de weg. Hierna volgt een heel andere framing van de taak van de journalist, geformuleerd in de vorm van vier adviezen.

Ten eerste moeten journalisten het aandurven om zich er openlijk rekenschap van te geven dat zij een beroepsgroep vormen die willens nillens met framing te maken hebben. Ieder frame vormt een perspectief op de werkelijkheid, waardoor die betekenis krijgt. Zonder gedeelde perspectieven, of denkkaders, is succesvolle communicatie niet mogelijk. Journalisten kunnen dus niet zonder frames. Telkens als zij een invalshoek zoeken voor hun artikel, eventueel in overleg met de nieuwsmanager, zijn ze in feite op zoek naar een frame. Een nieuwsartikel zonder frame waaiert alle kanten op.

Een bewuste keuze voor een geschikt frame om een verhaal te vertellen, is niet het frame dat alleen de harde lijnen in de verf zet, maar de frames die de grijstinten beter doen uitkomen. Dit houdt een tweede richtlijn in. Frames die een onverwachte kijk op de actualiteit brengen, of, beter nog, een combinatie van frames die het perspectief op de werkelijkheid verbreedt, heeft in de regel de voorkeur. Hierbij gaat het om de variëteit aan frames die journalisten hanteren. Dit gaat ook verder dan wat ‘old school’ journalisten doen: woord en wederwoord toepassen, en het daarbij vervolgens laten. Naast iedere mening één tegengestelde mening plaatsen, wekt alleen maar de indruk dat we in een bipolaire wereld leven. Journalisten suggereren door die ‘he said, she said’-journalistiek bovendien dat er conflictueuze tegenstellingen zijn die er in werkelijkheid mogelijk helemaal niet zijn. De realiteit heeft vele facetten, en dat zijn er absoluut meer dan twee.

Het derde advies houdt verband met de opvatting dat framing een vorm van propaganda is waar journalisten ver van moeten wegblijven. Een mogelijk gevolg daarvan is dat het de bronnen die journalisten aanwenden zullen zijn die bepalen welke frames in hun stukken opduiken, en niet zijzelf. Framing is zeker geen toverdrank, maar ieder nieuwsmedium heeft te winnen bij het nog bewuster omgaan met de eigen frames, en met die van anderen. Wees maar zeker dat sommige bronnen die journalisten gebruiken de kneepjes van het vak kennen. Daarom luidt een derde richtlijn dat journalisten vaker moeten proberen de frames van hun bronnen bloot te leggen en die voor de lezers expliciet maken. De framing van een journalistieke bron hangt immers vaak samen met allerlei belangen. Bijvoorbeeld, het hoofdartikel op de voorpagina van De Morgen waarin de column verscheen, had als titel: “DEMENTIE: KU Leuven kraakt code”, en verder in de krant in reuzenletters: “DOORBRAAK”. Deze koppen maken het voor de lezer onvoldoende duidelijk wat de betekenis is van die ‘doorbraak’? Betekent dit dat de fameuze Heilige Graal om dementie te genezen nu werkelijk gevonden is en dat we er dus zijn, of staat alleen maar “de deur op een kier” (zoals deredactie.be het nieuws die dag heeft geframed)? Dat zijn twee verschillende frames en de krant suggereert dat het eerste het geval is.

Ten vierde is de voornaamste schaduwzijde aan de praktische inzet van frames volgens ons dat bijna alle framing gericht is op het problematiseren van maatschappelijke tendensen. Journalisten hebben een dagtaak aan die problematisering, waarbij er doorgaans in de richting van de politici wordt gekeken om oplossingen te zoeken. Door op een alternatieve manier naar een probleem te kijken, kunnen ook andere oplossingen binnen handbereik komen. Als er iets is wat we graag meer in de nieuwsmedia zou tegenkomen, zijn het onverwachte frames die ook een oplossing voor maatschappelijke problemen in zich dragen. Door bewust frames te hanteren die een verrassende of geheel eigen betekenis aan fenomenen bieden, kan een krant zich onderscheiden van andere nieuwsmedia, vooral in een hectische online nieuwsomgeving die de journalistiek van vandaag kenmerkt. Zeker als een krant als een zalm tegen de stroom wil in zwemmen, biedt framing journalisten een andere kijk op hun werkzaamheden.

Baldwin Van Gorp en Jan Boesman

Baldwin Van Gorp is framingexpert en hoofddocent journalistiek aan de KU Leuven. Jan Boesman bereidt een proefschrift voor over framing in een journalistieke context.

One response to “Framing: sluipend gif of toverdrank?

  1. Pingback: de DS-ombuds gelooft niet in de kracht van woordkeuze. Zijn woorden. | Maarten is benieuwd·

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s