Sterke opmars van privé internetgebruik bij kinderen brengt nieuwe uitdagingen voor ouders met zich mee

Sinds 2006 bestudeert het EU Kids Online netwerk online risico’s en opportuniteiten bij kinderen. De belangrijkste conclusies worden opgesomd in het zopas gelanceerde eindrapport waaraan meer dan 150 onderzoekers uit 33 landen bijgedragen hebben. Voor België zien we dat kinderen en jongeren iets minder te maken krijgen met online risico’s, vooral omdat ouders in België de neiging hebben om de online activiteiten van hun kinderen sterk te controleren of in te perken. 

Tijdens het verloop van het project (2011-2014) zien we het gebruikspatroon van kinderen sterk veranderen. Kinderen gaan nu op meer verschillende locaties online, en de populariteit van kleine persoonlijke toestellen met internettoegang maakt dat online gaan veel meer een privé aangelegenheid is geworden, zonder dat er iemand over de schouder mee kijkt. In vergelijking met 2010, zien we dat 11 tot 16-jarigen in Europa nu ook vaker worden blootgesteld aan haatboodschappen (van 13% naar 20%), pro-anorexia sites (van 9% naar 13%), sites over zelfverwonding (van 7% naar 11%) en cyberpesten (van 7% naar 12%). De cijfers voor cyberpesten en problemen met persoonlijke informatie zijn gelijklopend in Europa. Maar voor ongewenste blootstelling aan seksuele beelden zien we opvallende verschillen tussen de landen.

Beleidsaanbevelingen

Het EU Kids Online project heeft er altijd naar gestreefd om een actieve dialoog te onderhouden met diverse stakeholders (organisaties in het jeugdwerk, organisaties voor ouders, leerkrachten, opvoeders, …) met de bedoeling om op basis van hun feedback op de onderzoeksresultaten concrete beleidsadviezen te kunnen formuleren. In de media verschijnen regelmatig spectaculaire of dramatische verhalen over jongeren en online risico’s. Als onderzoekers willen we een duidelijk beeld krijgen van wat kinderen nu werkelijk doen online, wat ze zelf als onaangenaam of risicovol ervaren en hoe ze daarmee omgaan. Op die manier willen we beleidsmakers op een degelijke en correcte manier kunnen informeren. Zoals Vice-President van de Europese Commissie en Commissaris voor de Digitale Agenda Neelie Kroes het formuleert: ‘EU Kids Online is erg belangrijk geweest voor de Europese stakeholders; door ons betrouwbaar cijfermateriaal aan te leveren kunnen wij acties ondernemen voor een veiliger internet voor kinderen’.

Tips voor ouders

Aan ouders die zich afvragen hoe ze nu het best hun kinderen begeleiden en ondersteunen, kunnen we het volgende meegeven:
– Moedig uw kinderen aan om op ontdekking te gaan op het internet, en wijs hen op zowel de leuke en leerrijke mogelijkheden die het internet biedt als ook op de mogelijke negatieve of risicovolle ervaringen die zich kunnen voordoen;
– Focus vooral op de positieve aspecten van het internet, en maak uw kinderen duidelijk hoe ze kunnen reageren of wat ze kunnen doen als ze met iets vervelends geconfronteerd worden;
– Probeer niet overdreven bezorgd te zijn of teveel de nadruk te leggen op de mogelijke gevaren, maar laat uw kinderen kennismaken met leuke, leerrijke en verantwoorde inhouden (bijvoorbeeld http://www.ketnet.be, http://www.clicksafe.be)
– Praat regelmatig met uw kinderen over wat ze zelf als vervelend of onaangenaam ervaren op het internet;
– Maak duidelijke afspraken met je kinderen over wat wel en niet mag op het internet;
– Berichten in de media kunnen een goede aanleiding zijn om met je kinderen te praten over online risico’s, maar jaag je kinderen geen angst aan met dramatische of sensationele verhalen.

Belangrijkste bevindingen

1. Intensiever internetgebruik zorgt voor meer digitale vaardigheden, waardoor kinderen hoger op de ‘ladder of opportunities’ klimmen, en ze meer voordelen halen uit hun internetgebruik.
2. Online gaan levert echter niet automatisch meer voordelen en vaardigheden op, dit hangt af van de leeftijd, geslacht en socio-economische status van het kind, de mate waarin de ouders het kind ondersteunen, en de mate waarin er verantwoorde inhouden en toepassingen ter beschikking zijn.
3. Internetgebruik en digitale vaardigheden hangen onvermijdelijk samen met blootstelling aan online risico’s. Meer online risico’s betekent ook een grotere kans op een negatieve ervaring. Naarmate het internetgebruik intensiever en actiever wordt, het is daarom nodig om nog meer inspanningen te doen om preventieve maatregelen te nemen tegen (potentiële) negatieve ervaringen online.
4. Toch is het niet zo dat blootstelling aan online risico’s in alle gevallen leidt tot een negatieve ervaring: de kans dat een kind er een vervelend of ongemakkelijke gevoel aan over houdt hangt samen met de leeftijd, geslacht en socio-economisch status, en met zijn of haar persoonlijke weerbaarheid en mogelijkheden om gepast te reageren op vervelende situaties.
5. Daarnaast spelen ook ouders, school en vriendengroep een sleutelrol in hoe jongeren omgaan met online risico’s. Op nationaal niveau zien we dat er een ook invloed uit gaat van de wetgeving of regulering, beschikbaarheid van verantwoord online materiaal voor kinderen, culturele waarden en het schoolsysteem.
6. Online pornografie is één van de voornaamste bezorgdheden bij kinderen, velen storen zich eraan.
7. Gewelddadige, agressieve en gruwelijke beelden komen op de tweede plaats, hoewel online geweld doorgaans iets minder aandacht krijgt in de media in vergelijking met seksuele inhouden online.
8. Kinderen zijn vooral gechoqueerd door levensecht of realistisch beeldmateriaal, en niet zozeer door fictief geweld. Ze zijn extra gevoelig voor gewelddaden tegenover zwakkeren, zoals kinderen of dieren.
9. De leeftijd van 12 jaar is een kantelmoment. Jongere kinderen zijn vooral bezorgd over zogenaamde ‘content’ risico’s (ongewenst beeldmateriaal). Met het ouder worden zijn ze meer bezorgd over de zogenaamde ‘contact’ en ‘conduct’ risico’s (contact met onbekenden, cyberpesten, misbruik van persoonlijke gegevens).
10. Kinderen beschouwen video-sharing platformen zoals YouTube als de voornaamste bron van gewelddadig, pornografisch of ander ongewenst materiaal.

Voor meer informatie:

Het EU Kids Online project wordt gecoördineerd door de London School of Economics and Political Science (LSE), in samenwerking met het Instituut voor Mediastudies (KU Leuven) als Belgische partner.

Prof. dr. Leen d’Haenens: http://soc.kuleuven.be/web/memberitem/4/8/eng/78
Sofie Vandoninck: http://soc.kuleuven.be/web/memberitem/4/8/eng/248

Voor het interactieve eindrapport, EU Kids Online – Findings, methods, recommendations? zie het EU Kids Online project op http://lsedesignunit.com/EUKidsOnline/

Voor een extra woordje uitleg over de Belgische resultaten, zie de video: http://www.lse.ac.uk/media@lse/research/EUKidsVideosNationalLanguages/Belgium_Video_Flemish.aspx
Algemene informatie over het project en de survey:

Het EU Kids Online project (2011-2014) streeft naar meer kennis over de ervaringen en praktijken van Europese kinderen en ouders betreffende gevaarlijk en veiliger internetgebruik en nieuwe online technologieën. Tegelijkertijd wil het project een veiligere online omgeving voor kinderen bevorderen. Het project wordt gefinancierd door the EC Safer Internet Programma (SI-2010-TN-4201001).

EU Kids Online heeft een individueel thuisonderzoek uitgevoerd onder 25 000 9- tot 16-jarige internetgebruikers en hun ouders in 25 landen. Hier werd gebruik gemaakt van een random gestratificeerde steekproef. Het gaat om een face-to-face interview, en voor de gevoelige vragen werd gevraagd aan het kind om een papieren vragenlijst in te vullen.

Landen betrokken bij het onderzoek: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Spanje, Tsjechië, Turkije en Zweden. Daarnaast zijn onderzoeksteams uit Kroatië, IJsland, Letland, Luxemburg, Malta, Rusland, Slowakije en Zwitserland betrokken bij het project.

• De onderzoeksresultaten, methoden en aanbevelingen in het eindrapport zijn gebaseerd op een update en uitgebreide analyses van de vragenlijst die werd afgenomen in de 25 deelnemende landen, een reeks diepte-interviews met 9- tot 16-jarigen in negen landen, een uitbereiding en update van de open access European Evidence Base en de ontwikkeling van een praktische methodologische handleiding (toolkit) voor onderzoekers.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s