Hoe Barabas, Gobelijn en Zonnebloem ongewild bijdragen aan het onaantrekkelijke beeld van de wetenschapper

blog

Suske en Wiske, Jommeke, Kuifje, Nero, Piet Pienter en Bert Bibber, …: alle langlopende Belgische stripreeksen blijken één ingrediënt gemeenschappelijk te hebben, namelijk een professor als een van de vaste personages. In een recent verschenen publicatie in Journal of Graphic Novels and Comics zocht professor Baldwin Van Gorp van het Instituut voor Mediastudies (KU Leuven) naar een verklaring voor deze vaststelling. Hij ging op zoek naar de oorsprong van deze traditionele profilering, en tevens ook naar de daarmee geassocieerde diversiteitsproblematiek. Deze stripproffen zijn immers bijzonder stereotiep, wat doet vermoeden dat ze medeverantwoordelijk zijn voor de negatieve perceptie die jongeren tegenwoordig over wetenschappen koesteren.

Wetenschappen en techniek kampen met een gebrek aan aantrekkelijkheid voor schoolverlaters, en dat geldt nog meer voor meisjes dan voor jongens. De media zouden in deze negatieve voorstelling wel eens een hand kunnen hebben. Vooral in populaire mediagenres, zoals stripverhalen en science fiction, zou de afbeelding van wetenschappers betwistbaar zijn. Wetenschappelijke personages zijn in de regel mannen, blank en onaantrekkelijk (met Yoko Tsuno als de uitzondering die de regels bevestigt). Deze universele afbeelding van de professor in fictieve media is praktisch en ingegeven vanuit een ‘industriële logica’: de stripprofs kunnen een verhaal in gang zetten én ze kunnen voor de deus ex machina zorgen, om aan een probleem te verhelpen. Een blik op de neveneffecten ervan is echter niet onbelangrijk. Het stereotiepe beeld draagt mogelijk bij aan de onaantrekkelijke perceptie die jongeren in toenemende mate vormen van het beroep ‘wetenschapper’. Vooral de angst voor isolement zou een doorslaggevende factor zijn om een wetenschappelijke studie links te laten liggen. In dezelfde lijn kan ook het genderdiversiteitsprobleem hier aangekaart worden. De sterke onderrepresentatie van vrouwen als wetenschappers in populaire literatuur, houdt de overtuiging dat vrouwen en wetenschap geen aangewezen match vormen gedeeltelijk zelf in stand. Verschillende initiatieven waaronder de ‘Science, it’s a girl thing’ campagne van de Europese Commissie en het STEM-rapport van de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) proberen via beleidsaanbevelingen en rolmodellen het enthousiasme voor wetenschappelijke studies (terug) op te wekken.

De oorsprong van de ‘traditionele stripwetenschapper’

De traditionele afbeelding van wetenschappers blijkt niet alleen op vandaag nog steeds een realiteit te zijn, maar bovendien ook diep geworteld te zitten in onze maatschappij. De inhoudsanalyse van Belgische stripverhalen zowel uit Frans- als Nederlandstalige reeksen, wijst erop dat de origine van deze iconische personages terug te voeren is tot negentiende eeuwse afbeeldingen en de literatuur, die teruggaat tot het beeld van de alchemist uit de middeleeuwen. Ook de nasleep van de Tweede Wereldoorlog blijkt een rol gespeeld te hebben. De toen talrijke technologische innovaties, gaande van kwaadaardige nucleaire wapens tot de uitvinding van de auto, prikkelden de fantasie van meerdere stripauteurs. De daaruit voortvloeiende groeiende ambiguïteit ten opzichte van de wetenschap ligt mede ten grondslag aan de grote populariteit van het wetenschappelijk personage in stripverhalen. Ongeacht of hij als duivel optreedt met het oog op het vernietigen van zijn medemensen of als helper uit de nood met de happy end tot gevolg, de inventieve rol van de professor is onontbeerlijk voor de opbouw van een spannend verhaal. Hij brengt het verhaal aan het rollen, maar zorgt tegelijk ook voor een humoristische inbreng. De overdreven inbeslagname door zijn werk leidt immers tot een vergeetachtigheid en een gebrek aan sociale vaardigheden met lachwekkende taferelen tot gevolg. Het bekende “ik bedoel” zinnetje wanneer professor Gobelijn zijn foutief geformuleerde zin rechtzet, is hier een illustratie van.

Naast de technologische bijdrage, is het stereotiepe beeld van de wetenschapper ook deels een afgeleide van het uiterlijk voorkomen van enkele historische wetenschappers. Vooral Einstein was een toonaangevend figuur, maar ook Charles Darwin met zijn borstelige wenkbrauwen heeft voor de ‘stripwetenschapper’ een eeuwige trend gezet. Ook wat geslacht en etniciteit in de wetenschap betreft blijven striptekenaars steken in historische statistieken. Met een kleine 80% mannelijke en 96% blanke wetenschappers in stripliteratuur is het belang van diversiteitsstreven er wellicht nog niet erkend. Door de verdere cultivering van deze traditionele karakteristieken door striptekenaars zijn deze op vandaag uitgegroeid tot onveranderlijke stereotypes die de herkenbaarheid bij jonge kinderen stimuleren.

 Fictie versus realiteit 

Deze profilering vertoont echter merkwaardige afwijkingen ten opzichte van de realiteit. De wetenschapper als eenzaat bijvoorbeeld strookt allerminst met de wetenschapsbeoefening anno 2014, waarbij teamwork juist een uiterst cruciale basis vormt om tot expertise te kunnen komen. Een ander betreurenswaardig verschilpunt met de realiteit, is dat wetenschappers in stripverhalen zelden te kampen hebben met financiële problemen. Een wetenschappelijke functie in strips levert je zonder al te veel inspanning een privélabo en kasteel op. Waar die financiering precies vandaan komt, blijft meestal buiten beschouwing. Ook het feit dat wetenschap niet enkel draait om het verkrijgen van baanbrekende resultaten, maar dat wetenschappelijk onderzoek wel degelijk verloopt volgens een grillig stramien waarbij onzekerheid niet zelden de kop op steekt, is taboe voor stripliteratuur.

Toekomstig onderzoek zou kunnen kijken op welke manier diversiteit én realiteit ook in populaire media prominenter in beeld kunnen gebracht worden, zodat deze ontspannende media-activiteiten ook een steentje kunnen bijdragen in het scheppen van een realistisch, doch positief beeld over wetenschap bij jongeren. Hoewel de eerste stappen in de goede richting reeds gezet zijn, met Mega Mindy als eerste superheldin op het scherm en de recente lancering van de online stripreeks ‘My so called secret identity’, waarin een groepering vrouwen zich waagt aan even heldhaftige optredens als hun mannelijke collega’s, is een blijvende belangstelling voor deze problematiek noodzakelijk.

foto

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s